zaterdag 22 oktober 2011

Groot gezin

Soms verbaast het me dat we het zo gezellig hebben, als we met z'n allen in ons kleine huisje zijn: Daniël, David, Benjamin, Rine, Dirk en ik. En dan denk ik aan hoeveel geluk we hebben, en hoe anders het had kunnen zijn. Zo lang zijn we tenslotte nog geen samengesteld gezin; het is krap zeven maanden dat we samenwonen.

En toch heb ik er een theorie over. We brengen de dag door, als we tenminste binnen zijn, op misschien 40 m2, zo schat ik in. In ons deel van de wereld is het gebruikelijk dat iedereen zijn eigen ruimte en spullen heeft: een slaapkamer, een kast en opbergruimte, een eigen laptop en tv. Naast ruimte eisen we allemaal tijd voor onszelf op. We zitten ergens in een huis, alleen achter een tv of computer, en weten dat onze huisgenoten ook ergens in dat huis zijn, ook achter een tv of computer. Bij ons is dat niet zo. Dirk en ik weten dat het voor ons niet gewerkt heeft. Je raakt elkaar kwijt, je hebt je eigen dingen, je hebt elkaar niet nodig, je ziet elkaar niet meer.

In het boek Committed van Elizabeth Gilbert las ik: 
Tegenwoordig heb je praktisch een elektronenmicroscoop nodig om het moderne westerse gezin te bestuderen. Dan zie je twee, misschien drie of soms zelfs vier mensen die samen rondscharrelen in een gigantische ruimte, ieder over een eigen fysiek en psychisch domein beschikken en grote delen van de dag volledig gescheiden doorbrengen.

Vanavond, toen we een wandeling maakten, bedacht ik het volgende: mensen werken om te leven, maar gebruiken hun leven om huis, tuin en spullen in orde te maken en te houden. Is dat leven?

Door de keuzes die we gemaakt hebben, zijn bij ons huis, tuin en spullen beperkt en overzichtelijk. Daardoor is er tijd en aandacht voor leuke dingen, maar vooral voor elkaar. Zou het daardoor komen dat we het met z'n allen zo fijn hebben?

1 opmerking: